Raad van State 30 december 2009 (treurmars), LJN**BK7991**
Appellant heeft korpsbeheerder Politieregio Gelderland-Midden om openbaarmaking van informatie gevraagd, hetgeen door de korpsbeheerder met een beroep op art. 10 lid 2 sub e Wob is afgewezen. De Afdeling stelt vast dat op de door de korpsbeheerder vertrouwelijk overgelegde foto's duidelijk herkenbare personen zichtbaar zijn. Met de rechtbank overweegt de RvS dat de korpsbeheerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het belang gediend met het verstrekken van de foto's, niet opweegt tegen het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van deze personen. De rechtbank heeft appellant terecht niet gevolgd in zijn betoog dat de personen die aan de treurmars deelnamen, daarmee de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer in zoverre hebben prijsgegeven, reeds omdat het voor een beperkte duur en een beperkt publiek in de openbaarheid treden bij een publieke manifestatie, niet kan worden gelijkgesteld aan de niet in tijd begrensde of aan plaats gebonden openbaarheid voor een ieder die het gevolg is van openbaarmaking op grond van de Wob. De omstandigheid dat foto's van de treurmars waarop dezelfde personen zichtbaar zouden zijn als op de in geding zijnde foto's op internet zijn geplaatst heeft de rechtbank terecht niet tot een ander oordeel gebracht. Nog daargelaten of de gefotografeerde personen voor het op internet plaatsen van de foto's toestemming hebben verleend, dient de korpsbeheerder bij de beoordeling of de in artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob bedoelde weigeringsgrond zich voordoet, een zelfstandige afweging te maken. Bij die afweging heeft de korpsbeheerder aan de omstandigheid dat anderen foto's van de treurmars in de openbaarheid hebben gebracht, geen doorslaggevende betekenis behoeven toe te kennen. Het betoog faalt.
Appellant heeft korpsbeheerder Politieregio Gelderland-Midden om openbaarmaking van informatie gevraagd, hetgeen door de korpsbeheerder met een beroep op art. 10 lid 2 sub e Wob is afgewezen.
De Afdeling stelt vast dat op de door de korpsbeheerder vertrouwelijk overgelegde foto's duidelijk herkenbare personen zichtbaar zijn. Met de rechtbank overweegt de RvS dat de korpsbeheerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het belang gediend met het verstrekken van de foto's, niet opweegt tegen het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van deze personen. De rechtbank heeft appellant terecht niet gevolgd in zijn betoog dat de personen die aan de treurmars deelnamen, daarmee de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer in zoverre hebben prijsgegeven, reeds omdat het voor een beperkte duur en een beperkt publiek in de openbaarheid treden bij een publieke manifestatie, niet kan worden gelijkgesteld aan de niet in tijd begrensde of aan plaats gebonden openbaarheid voor een ieder die het gevolg is van openbaarmaking op grond van de Wob.
De omstandigheid dat foto's van de treurmars waarop dezelfde personen zichtbaar zouden zijn als op de in geding zijnde foto's op internet zijn geplaatst heeft de rechtbank terecht niet tot een ander oordeel gebracht. Nog daargelaten of de gefotografeerde personen voor het op internet plaatsen van de foto's toestemming hebben verleend, dient de korpsbeheerder bij de beoordeling of de in artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob bedoelde weigeringsgrond zich voordoet, een zelfstandige afweging te maken. Bij die afweging heeft de korpsbeheerder aan de omstandigheid dat anderen foto's van de treurmars in de openbaarheid hebben gebracht, geen doorslaggevende betekenis behoeven toe te kennen. Het betoog faalt.